Werkgroep Roofvogels Nederland

Bruine Kiekendief (Circus aeruginosus)

 

Engelse naam: Marsh Harrier
Duitse naam: Rohrweihe
Franse naam: Busard de roseaux
 
Grootte: 48-55 cm
Spanwijdte: 110-125 cm
Voedsel: Vooral adult anime knaagdieren en vogels. Daarnaast wordt nog een grote verscheidenheid aan prooien gevangen, van konijnen tot kikkers en visresten.
Broedduur: 33 dagen
Nestjongfase: 37 dagen


De bruine kiekendief is de grootste van de kiekendieven. Een volwassen mannetje heeft een bruine rug. De vleugels zijn licht, met scherp afgetekende zwarte vleugelpunten. De staart is effen licht blauw tot grijs. Met leeftijd wordt het lichte deel op de vleugels steeds lichter. Het volwassen vrouwtje is donkerbruin en heeft een roomwitte kruin, keel en vleugelboeg.

Oorspronkelijk een vogel van waterrijke gebieden, moerassen en rietvelden. Echter de soort wordt ook steeds meer aangetroffen in akkergebieden, waar de soort broedt in granen en koolzaad. Jaagt boven rietvelden en braakachtige vegetaties. Jaagt in een lage zoekvlucht.

Broedt op de grond. De eileg vindt in Nederland gemiddeld in de laatste week van april plaats. Het zwaartepunt van de verspreiding van de bruine kiekendief in Nederland ligt vooral in Friesland, de Wieringermeer, Zeeland, de Waddeneilanden, Groningen en de Oostvaarderplassen en omgeving. Op zandgronden is de soort bijna geheel afwezig. Komt in een groot deel van Europa voor. Een klein aantal overwintert hier, vooral in het Deltagebied. De rest trekt in augustus-september naar het Middelandse Zeegebied en keert vanaf maart terug.